• LOKALE OVERHEID

    Open jeugdwerk bloeit dankzij sterke en nabije lokale samenwerking

    De coronacrisis heeft meer dan voldoende aangetoond dat sterk open jeugdwerk(beleid) lokaal gemaakt wordt. De jeugddienst en lokale jeugdambtenaar zijn voor ondernemende jongeren bijna altijd het eerste aanspreekpunt bij praktische en inhoudelijke vragen. De voorbije periode was voor veel lokale ambtenaren dan ook een uitdagende en leerrijke periode.

     

    Open jeugdwerkinitiatieven en lokale jeugdambtenaren waren tijdens de coronacrisis meer dan ooit op elkaar aangewezen. Waar beide partners elkaar snel vonden en regelmatig hoorden, verliep communicatie vlot en ging men als echte partners aan de slag. Het is ook in deze steden en gemeentes dat het Vlaamse coronanoodfonds op een efficiënte en effectieve manier verdeeld en benut werd en waar open jeugdwerkinitiatieven vaak gezond en snel terug aan de slag konden.

     

    In gemeentes waar de onderlinge relatie zich kenmerkt door afstand en een louter administratieve verstandhouding, zien we vaker ingewikkelde verdeelsleutels vertrekkend vanuit de wil om iedereen tevreden te houden eerder dan ondersteuning op maat. Dit zorgde de afgelopen periode voor frustraties langs beide kanten.

    Nabijheid en een eerlijke en sterke onderlinge relatie zorgen voor constructieve samenwerkingen. De geleerde lessen van de voorbije periode worden best meteen toegepast om tot vernieuwd en verbeterd beleid te komen.

  • Feiten en cijfers

    Tevredenheid

    Uit de bevraging blijkt dat de relatie tussen lokaal bestuur en openjeugdwerkinitiatief bij de meerderheid wel goed zit. Slechts 6% is enigszins ontevreden en zo’n 65% is tevreden of zeer tevreden over de algemene band met de stad of gemeente.

    * Let wel: de vraagstelling laat niet toe om onderscheid te maken tussen de relatie met de jeugdambtenaar en het politieke bestuur, hoewel de aard van die relaties toch verschilt.

     

    Qua ondersteuning van de werking is er meer werk aan de winkel. Het aantal enigszins ontevreden respondenten neemt toe tot 13% en een vijftal respondenten geeft aan zeer ontevreden te zijn over de geboden ondersteuning.

    Open jeugdwerk is bij uitstek (boven)lokaal

    We vroegen de respondenten om een rangschikking te maken over waar hun bereikte jongeren en/of bezoekers voornamelijk vandaan komen. De resultaten liegen er niet om: afgetekend op de eerste en tweede plek komen de buurt of wijk en de stad of gemeente. De buurgemeenten en verdere steden en gemeenten volgen op de derde en vierde plaats. Open jeugdwerk is dus in de eerste plaats een lokaal gegeven.

     

    Dit betekent niet dat de bovenlokale functie van open jeugdwerk niet meer van tel is. De bovenlokale werkingen in Vlaanderen waren zelfs nog nooit zo levend als nu. Er zijn ruim 49 bovenlokaal georganiseerde professionele jeugdhuizen, met nog eens een veelvoud aan projecten rond artistieke expressie, sociale cohesie en ondernemerschap. Het is dus niet te ontkennen dat het open jeugdwerk ook de eigen gemeentegrenzen overschrijdt. Dat blijkt ook uit de cijfers:14 respondenten plaatsen ‘buurgemeente’ en ‘verdere steden en gemeenten’ op de eerste plek en halen dus hun bezoekers en jongeren voornamelijk uit verdere regio’s. 47 respondenten plaatsen dit op de tweede plaats.

     

    Tijdens de coronaluwe periodes zoals de zomer, zagen we bij veel initiatieven een verbreding van hun bereik. Zeker in de kleinere dorpen, maar ook in steden en grotere buurten, waren open jeugdwerkinitiatieven drukbezochte ontmoetingsplaatsen. Vooral lokaal sloten er meer en andere jongeren aan tijdens die periodes.

    Nabijheid als basishouding voor goed beleid

    Specifiek tijdens de coronacrisis was communicatie vanuit de stad of gemeente een belangrijke factor. Op lokaal niveau werden de federale maatregelen geconcretiseerd en de ministeriële besluiten vertaald in lokale regels en richtlijnen. Voor alle vragen en toelatingen waren open jeugdwerkinitiatieven ook aangewezen op de lokale diensten.

    We vroegen aan de respondenten om aan te geven hoe tevreden ze waren over de communicatie die lokaal gebeurde.

     

    Zoals de tabel aanduidt waren de meningen hierrond erg verdeeld. Iets meer dan een kwart is enigszins tevreden of gewoonweg neutraal. Ongeveer een vijfde is zeer tevreden of enigszins ontevreden. Vier initiatieven zijn echt zeer ontevreden over deze communicatie.

    Uit de interviews met lokale ambtenaren blijkt dat zij goede communicatie vaak hoog in het vaandel dragen, zowel intern als extern.

     

    Waar jeugdambtenaren tijd en ruimte kregen om veel contact op te nemen met initiatieven, elkaar vaak te horen en te werken op basis van concrete noden, boekte men sterke resultaten. In deze gemeentes kwamen initiatieven het sterkst uit de crisis. De nabijheid van de jeugddienst en de participatie van jonge initiatiefnemers zorgt voor een sterk partnerschap dat goed is voor beide partijen.

     

    Inspraak en participatie blijkt geen evidentie te zijn. Tijdens ons onderzoek stelden we meermaals vast dat jongeren en hun organisaties tijdens de coronacrisis niet betrokken werden bij gesprekken over maatregelen, versoepelingen en ondersteuning. Het open jeugdwerk werd onvoldoende ingezet als een spreekbuis. Jonge stemmen bleven stil in het maatschappelijke debat.

     

    Initiatieven willen hier nochtans betrokken worden. Naast de voor de hand liggende ‘extra subsidies’, geven ze vooral aan dat ze erkenning en waardering willen krijgen voor het werk dat ze doen. Het belang en de waarde van open jeugdwerk voor jonge mensen mag meer in beeld komen en door het beleid hardop uitgesproken worden. Een eerste stap daarin is het betrekken van jongeren bij besluitvorming.

    Korte interne communicatielijnen verhogen de efficiëntie en effectiviteit van lokaal beleid

    Het is niet voor elke gemeente vanzelfsprekend om tussen diensten en schakels van het gemeenteapparaat goed beleid te voeren. Dat was al voor de crisis een werkpunt. De nodige snelheid in beleid en communicatie tijdens het voorbije anderhalf jaar heeft steden en gemeenten gedwongen om hier een antwoord op te formuleren.

     

    Tijdens de crisisperiode was het installeren en onderhouden van korte communicatielijnen tussen beslissers en uitvoerders essentieel. Snelle en heldere communicatie was nodig om alle onderdelen van de gemeente, inclusief open jeugdwerk, te informeren. De coronacrisis bood dus onbedoeld een oplossing aan voor het probleem rond traag beleid.

    Zoekende beleidsmakers zijn gebaat bij heldere kaders

    In juni 2020 maakte de Vlaamse regering bekend dat een noodfonds van 87,3 miljoen euro uitgetrokken werd voor de lokale sport-, cultuur- en jeugdverenigingen. Deze middelen werden ter beschikking gesteld in de vorm van algemene financiering. Dat betekent dat er geen afzonderlijke rapportering of verantwoording gevraagd wordt en dat gemeentebesturen dus zelf kunnen bepalen op welke wijze zij die middelen best kunnen inzetten. De spreiding van de uitgaven in de tijd is een van de keuzes die lokaal kunnen en moeten gemaakt worden.

     

    De absolute vrijheid van het noodfonds is een dubbelsnijdend zwaard. Enerzijds laat het minimale beleidskader toe om creatief middelen in te zetten waar de nood het hoogst is. Het ontbreken van hogere verantwoordingsplicht maakt dat er snel gehandeld kon worden. Anderzijds betekent het gebrek aan verantwoording ook dat men volledig kan voorbijgaan aan participatie van betrokken verenigingen. De schepen kan bij wijze van spreken met één pennentrek het lokale budget verdelen.

     

    Zonder opgelegde vereisten werd er in veel gemeentes en steden gekozen voor lineaire verhogingen van subsidies (vb. iedereen 50% surplus), of voor het dekken van extra gemaakte kosten (vb. toelage voor handgels en mondmaskers). Ondanks alle goede bedoelingen gaan deze concrete budgetverdelingen voorbij aan de inherente verschillen tussen werkingen.

    Een concreet voorbeeld: een jeugdvereniging draaiend op vrijwilligers in een gebouw van de gemeente kan met de 50% surplus de spaarpot aandikken, terwijl een gesloten jeugdcentrum met gebouw in eigen bezit dit surplus volledig ziet verdwijnen in lopende rekeningen voor het gebouw, personeel en andere vaste kosten.

    Minimale vereisten voor de verdeling van relancemiddelen, bijvoorbeeld rond participatieve besluitvorming, zijn wenselijk.

  • Uitdaging

    De grote uitdaging na de crisis is om geleerde lessen een plek te geven in lokale samenwerkingen. Hoe kan open jeugdwerk meer zichtbaar, gewaardeerd en betrokken worden bij lokaal beleid? Hoe zorgen we voor meer formele erkenning van wat het open jeugdwerk doet? En hoe zorgen we op die manier voor een écht sterk partnerschap tussen het openjeugdwerk en het lokaal beleid?

  • Adviezen

    Adviezen voor het open jeugdwerk, lokale overheden en Vlaanderen.

    Open jeugdwerk

    Werk samen en wees lokaal zichtbaar

    Wees aandachtig voor wat er in je omgeving gebeurt. Open jeugdwerk wordt in eerste instantie (boven)lokaal gemaakt. Het is belangrijk om te werken aan relaties met de buurt, (boven)lokale partners en het politieke bestuur. Samen sta je sterker.

     

    Versterk jullie stem

    Open jeugdwerk kan de stem van jongeren versterken en luider laten klinken. Een klassieke jeugdraad is maar één van de manieren waarop dat kan. Daarnaast zijn ook podcasts, blogs, videoreportages, bevragingen, onderzoeken, debatavonden, salonbabbels en events mogelijkheden. Er zijn heel wat inspirerende voorbeelden[1] te vinden van minder dominante stemmen die op een creatieve manier maatschappelijke weerklank krijgen.

     

    [1] Denk maar aan The Panel Bubble in Den Eglantier in Antwerpen, Vonk Café in Aalst, JongVolk in Brugge, …

    Lokale overheden

    Nabijheid van de lokale overheid

    De crisis leerde ons dat nabije lokale overheden de beste resultaten boeken in het ondersteunen van hun lokale werkingen. Waar relaties versterkt werden, ontstonden de mooiste initiatieven en ging men snel en krachtig weer aan de slag. Enkele succesfactoren waren hier belangrijk bij:

    • Nabijheid en communicatie met initiatiefnemers: elkaar vaak zien en horen maakt dat je goed op de hoogte bent van elkaars noden, wensen en behoeften.
    • Vereenvoudigde beleidsvoering: relaties bouwen kost tijd. In de gemeentes waar hierop werd ingezet, zien we vaak ook vrij ‘open’ beleid. Er werd drastisch gesnoeid in administratieve vereisten en complexe aanvragen. De vrijgekomen ruimte bij jeugdambtenaren kan ingezet worden op het leren kennen en ondersteunen van het veld. 
    • Participatief beleid: jongeren mogen niet alleen spreken, er wordt ook naar hen geluisterd. Als ze mee mogen beslissen, ontstaat er meer gedragenheid.
    • Open jeugdwerk is niet enkel actief binnen de vrije tijd, maar over beleidsdomeinen heen (cultuur, onderwijs, sport...). Ondersteun, subsidieer en waardeer hen dan ook over de domeinen heen. Als lokale ambtenaar heb jij de sleutel in handen om dit te doen. Durf dan ook met kleine gedeelde initiatieven en projecten hier mee te experimenteren met collega’s uit andere diensten.

    Durf je bestaande ondersteuningsmethodes en instrumenten in vraag te stellen

    Neem de bestaande ondersteuningsmethodes en -instrumenten (infrastructuurbeleid, subsidiekader...) kritisch onder de loep. Deze crisis stelde enkele noden echt op scherp. Durf die leerlessen ook administratief te verankeren in je bestaande reglementen en instrumenten.

    Vlaanderen

    Een minimaal lokaal beleidskader

    Vanuit Vlaanderen is een minimaal lokaal beleidskader wenselijk. De vrije aanpak van het coronanoodfonds bracht naast effectieve en efficiënte ook inefficiënte en loze ingrepen met zich mee. Enkele basisvereisten (vb. lokale participatie en impactgericht verdelen) lijken ons essentieel om bovenlokale middelen correct te verdelen. Anders is het voordeel voor de luidste en dominantste stemmen. Dat gaat vaak ten koste van nieuwe en bottom-up georganiseerde initiatieven.

  • Acties van Formaat

    Wat doet Formaat?

    Begeleidingstrajecten lokale overheden

    Heb je als lokale overheid nood aan ondersteuning op maat om het lokale jeugdwerkbeleid vorm te geven? Dan kan je een begeleidingstraject op maat aanvragen. De trajecten kunnen plaatsvinden vanaf januari 2022, maar worden best zo snel mogelijk aangevraagd.

    Aandacht voor lokale verschillen

    Er zijn grote verschillen tussen steden en gemeentes, op vlak van inwoners, grootte, gebied, middelen, jeugd- en vrijetijdsdiensten ... Lokale overheden hebben dan ook niet altijd dezelfde noden. We stemmen ons aanbod daarom af op deze verschillen. Een kleine, landelijke gemeente vergt bijvoorbeeld een andere aanpak dan een centrumstad.

    Alle berichten
    ×