• PROFESSIONALISERING

    Beroepskrachten als versterkende factor van het open jeugdwerk en de lokale jongeren

    Bijna 100 leden van Formaat zijn geprofessionaliseerd. In de meeste gevallen zijn er één of meerdere personen in dienst van de vzw (vaak met personeelssubsidies van de lokale overheid) en staat het initiatief zelf in voor het werkgeverschap. Bij een klein aantal jeugdwerkinitiatieven werkt een door de gemeente aangestuurde ambtenaar. Aangezien die ambtenaren maar een klein deel van de beroepskrachten vormen, richten wij ons vooral op de eerste groep.

    Beroepskrachten in het open jeugdwerk hebben vooral inhoudelijke functies en een ondersteunende rol naar de jongeren toe. Soms worden ze ook ingezet voor logistieke en/of administratieve ondersteuning.

     

    Een belangrijke mijlpaal was de opstart van de jaarlijkse bovenlokale projecten in jeugdhuizen (2014)[1]. Dit gaf open jeugdwerkinitiatieven de kans om hun inhoudelijk palet uit te breiden. Sinds 2019 kunnen open jeugdwerkinitiatieven projecten rond ondernemerschap, artistieke expressie en sociale cohesie indienen voor vier jaar in plaats van slechts één jaar. Dit garandeert continuïteit en kwaliteit in de werkingen. Voor de periode 2020-2023 kregen 49 geprofessionaliseerde jeugdhuizen werkingssubsidies.

    De coronacrisis bezorgde beroepskrachten en hun vaak jonge werkgevers heel wat uitdagingen. Zij waren vaak hét aanspreekpunt voor jongeren en lokale overheden. Daarnaast moesten ze ook de werking draaiende houden, financiële putten vermijden en de sfeer erin houden. Daarbovenop moesten ze tijdens de lockdownperiodes ook telewerken (behalve voor outreachend werken). Ook zij moesten, net zoals de jongeren en vrijwilligers zelf, zich veerkrachtig opstellen.

  • Feiten en cijfers

    Veel beroepskrachten konden tijdens de crisis voltijds aan het werk blijven

    Verschillende geprofessionaliseerde initiatieven moesten personeel technisch werkloos stellen om kosten te besparen. Zo’n 15% van de initiatieven zette het personeel meer dan halftijds in werkloosheid. De overige 23% liet een kleiner deel van de werktijd vallen. Drie vijfde van de beroepskrachten bleef voltijds aan de slag tijdens de crisis.

     

    Doordat subsidiegevers vaak hun resultaatsvereisten om de subsidie uit te keren (tijdelijk) lieten varen tijdens de verplichte lockdown, was het voor deze initiatieven haalbaar om personeel aan het werk te houden tijdens die periodes. Uit de focusgesprekken blijkt dat het vaak een voorzichtige begroting – waar personeelstijd rechtstreeks gekoppeld is aan vaste inkomsten zoals subsidies – was die de redding bood. Anders gesteld: werkingen waar de uitbetaling van lonen afhankelijk is van de consumptie-inkomsten, kregen het tijdens de crisis moeilijk.

    Hinder- en beschermingspremies slechts beperkt gebruikt

    De coronamaatregelen verplichtten sommige bedrijven om de deuren volledig te sluiten. Om hen financieel te ondersteunen, ontstond de hinderpremie[1]. De hinderpremie bedraagt 4.000 euro. Ongeveer de helft van de respondenten deed beroep op deze premie.

    Het Vlaams beschermingsmechanisme is een steunmaatregel voor bedrijven met een vestiging in Vlaanderen die met een serieuze omzetdaling (min. 60%) te maken hebben. Dit is het gevolg van de coronamaatregelen die vanaf 28 oktober 2020 van kracht waren. Deze premie sluit aan bij de hinderpremie en andere steunmaatregelen. Uit de antwoorden van respondenten blijkt dat weinig geprofessionaliseerde initiatieven beroep deden op deze beschermingspremies.

     

    De coronapremies zijn een goede bron van steun. Daarom is het bedenkelijk dat het aantal initiatieven dat erop intekende, zo laag ligt. Door de focusgesprekken werd al snel duidelijk dat bestuurders van geprofessionaliseerde initiatieven niet altijd even goed op de hoogte waren van de beschermingsmaatregelen en al helemaal niet van de geldende procedures. Die laatste waren ook niet altijd eenvoudig te volgen. Je moet al erg goed op de hoogte zijn om te weten hoe je als bestuurder zo’n mechanisme aanvraagt.

    Minder werk(druk) tijdens de crisis

    Een groot deel van de beroepskrachten in het open jeugdwerk (44,44%) had minder werk en ervoer dan ook minder werkdruk tijdens de crisis. Uit gesprekken blijkt vooral dat beroepskrachten het afgelopen anderhalf jaar flexibel zijn geweest. Zo hebben sommigen de overgebleven tijd gebruikt om taken uit te voeren die anders vaak blijven liggen, om doordachter aan een toekomstplan te werken of om zich net te gaan richten op meer outreachend werk en doelgroepverbreding. Dit creëerde vaak een boost, al stond de ‘reguliere werking’ deels stil voor een tijdje.

    Negatief effect op motivatie en welbevinden

    Tegelijkertijd geeft ongeveer een vijfde van de bevraagde professionele jeugdwerkers net aan dat ze meer werk hadden. Een kwart van de respondenten kampte met meer werkdruk. De hoeveelheid bureauwerk nam toe en de communicatie met jongeren en bestuurders nam af. Bijna 75% van de beroepskrachten ervoer motivatieverlies. Bij een derde van de beroepskrachten had dit zelfs een negatief effect op hun mentaal welbevinden.

  • Inzichten en uitdagingen

    Dankzij het begrip van subsidiegevers zoals Departement CJM enerzijds en het pakket aan steunmaatregelen zoals de hinderpremie en het beschermingsmechanisme anderzijds, zijn veel beroepskrachten tijdens de crisis (al dan niet deeltijds) aan het werk kunnen blijven. Toch lijkt het erop dat we als sector niet ten volle gebruik hebben gemaakt van deze financiële ondersteuning.

     

    Doordat de reguliere werking in sommige gevallen op een lager pitje stond, kwam er tijd vrij om achterlopende taken te vervullen of om te experimenteren met methoden en te proberen om nieuwe doelgroepen te bereiken.

     

    De situatie vroeg om flexibiliteit van de werknemer. Voldoen aan (welzijns)protocollen vroeg om veel aandacht, het bureauwerk explodeerde en het contact met jongeren en bestuurders nam af. Onder andere hierdoor verminderde de motivatie van beroepskrachten en was er een negatieve impact op hun welbevinden.

     

    Ook het opvolgen van het personeelsbeleid, vaak uitgevoerd door (jonge) vrijwilligers, kwam onder druk te staan. Door minder contact, gebrek aan inhoudelijke mijlpalen en opvolging werden beroepskrachten niet altijd even sterk bijgestaan. Waar er een coördinator werkt, is dit constanter gebleven.

  • Adviezen

    Adviezen voor het open jeugdwerk, lokale overheden en Vlaanderen.

    Open jeugdwerk

    Zet in op teamwerking en een netwerk met andere professionals

    We’re in in this together. De crisis stelde het mentale welbevinden en de motivatie van professionals op de proef. Meer dan ooit is het belangrijk dat er ingezet wordt op een sterke teamwerking met open communicatie.

    Daarnaast is het van belang om beroepskrachten ook buiten hun eigen organisatie met elkaar te verbinden. Een breed netwerk versterkt niet enkel de inhoud, maar ook de vorm van de werking.

     

    Neem je personeelsbeleid onder de loep

    Werkgeverschap en een personeelsbeleid voeren is meer dan ervoor zorgen dat de lonen van het personeel tijdig worden uitbetaald. Neem daarom je personeelsbeleid samen met je team onder de loep. Formaat biedt hiervoor heel wat ondersteuning.

    Lokale overheden

    Stimuleer professionalisering waar wenselijk

    Meer en meer zien we vrijwillige initiatieven die willen professionaliseren om hun werking te verbreden en te verankeren. De meerwaarde van inhoudelijke professionals is immens voor lokale jongeren, maar ook voor de lokale overheden. Stimuleer daarom als lokale overheid financieel deze professionalisering.

    Nog te vaak is structurele professionalisering in jeugdhuizen te danken aan een overschot van de lokale beschikbare middelen uit het verleden of Vlaamse DAC-middelen. Te weinig is dit een bewuste en ondersteunde keuze. Waar jongeren deze keuze doordacht (willen) maken, dien je dat als bestuur te waarderen.

    Vlaanderen

    Wees soepel in beoordelingen

    Ere wie ere toekomt: het is door de soepele houding van de Vlaamse dossierbehandelaars dat het geprofessionaliseerde open jeugdwerkveld zonder extreme kleerscheuren uit deze crisis aan het geraken is. We verwachten echter nog een barre nasleep waardoor we pas in 2022 op volle snelheid zullen kunnen draaien. We hopen dan ook dat het departement de mildheid nog even kan aanhouden.

  • Acties van Formaat

    Wat doet Formaat?

    De weg naar professionalisering

    We starten trajecten op om vrijwillige initiatieven die nood hebben aan professionalisering te begeleiden en te ondersteunen. Dit rond het werkgeverschap en de rol, taak en plaats van de jeugdwerker.

    Werkgevers bijeenbrengen en informeren

    Met EQUIPE werkgeverschap brengen we werkgevers samen en informeren we hen over alles dat een goed werkgeverschap inhoudt.

    Regionale samenwerking tussen vrijwillige en professionele initiatieven

    We willen bruggen bouwen tussen initiatieven zodat ze in dialoog kunnen gaan, kunnen leren van elkaar en samen projecten op poten kunnen zetten.

    Alle berichten
    ×